De 4%-regel als historische vuistregel
Lees wat de Trinity Study onderzocht, welke beperkingen de vuistregel heeft en hoe je verschillende opnamepercentages als scenario kunt vergelijken.
01. Wat is de Trinity Study?
De bekende 4%-vuistregel is verbonden aan de Trinity Study uit 1998. De onderzoekers testten met historische Amerikaanse marktdata hoe verschillende opnamepercentages, aandelen-obligatiemixen en looptijden in het verleden uitpakten.
Bij de strategie wordt in het eerste jaar 4% van het beginvermogen opgenomen en dat eurobedrag daarna aangepast voor inflatie. De historische slagingspercentages verschilden per portefeuille en periode. Een historisch geslaagd scenario is geen voorspelling voor een toekomstige belegger.
02. Gevaren en Valkuilen
De 4%-regel kan als eerste rekenbenchmark dienen, maar blindelings vasthouden aan 4% is riskant:
- Sequence of Returns Risk (Volgorderisico): Als de beurs direct na jouw pensioen hard crasht, eet je je kapitaal sneller op dan historisch gemiddeld. Dit kan ervoor zorgen dat je portefeuille voortijdig leegraakt.
- Langere periode: Als je op jonge leeftijd stopt met werken, moet een portefeuille mogelijk veel langer dan 30 jaar meegaan. Je kunt een lager percentage, bijvoorbeeld 3,25% of 3,5%, als voorzichtiger stress-scenario testen; ook dat geeft geen garantie en is geen persoonlijk advies.
03. Waarom de 4%-regel in Nederland anders is
De oorspronkelijke Trinity Study is gebaseerd op Amerikaanse marktdata. In de Nederlandse context zijn onder meer deze factoren relevant:
Box 3 (scenario-aanname)
Box 3 kan het netto rendement op vermogen verlagen, maar de uitkomst hangt af van je vermogensmix, vrijstellingen, schulden en de geldende methode. Daarom gebruikt de planner een instelbare scenario-afslag en geen persoonlijk fiscaal advies. Kies een opnamepercentage pas na beoordeling van meerdere scenario's en je eigen risico's.
AOW & Aanvullend Werkgeverspensioen
Vanaf de toepasselijke AOW-leeftijd kan AOW starten; mogelijk is er daarnaast aanvullend pensioen. Bedragen, ingangsdata en belasting verschillen per persoon en kunnen veranderen. Als deze inkomsten in jouw situatie beschikbaar zijn, kan binnen het model minder opname uit eigen vermogen nodig zijn.
De \'Overbruggingsfase\'
Als later AOW of pensioen beschikbaar komt, kan eigen vermogen binnen het model eerst als overbruggingskapitaal dienen. De uitkomst hangt af van jouw ingevoerde netto bedragen, ingangsdata, uitgaven en overige aannames en kan hoger of lager zijn dan 25 keer de jaaruitgaven.
Simuleer jouw Safe Withdrawal Rate
In de planner kun je het opnamepercentage aanpassen, bijvoorbeeld naar 3,5% of 3,0%, en de uitkomst onder verschillende zelfgekozen rendement-, inflatie- en belastingaannames vergelijken. De planner bootst geen concrete historische marktperiode na.